Ziektebeelden

Hoefbevangenheid
Koliek
Luchtwegproblemen
Slokdarmverstopping
Rotstraal

Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is een probleem dat we regelmatig zien, met name in het voorjaar en in de zomer. Bij hoefbevangenheid (ook wel laminitis geheten) raakt de verbinding tussen het hoefbeen en de hoornwand verstoord. De oorzaak hiervan is een doorbloedingsstoornis in de toon van de voet. Er treedt vocht uit ter hoogte van de lederhuid van de hoef. Dit vocht zit als het ware gevangen tussen het "leven"en het hoorn van de hoef. Dit veroorzaakt een heftige pijn. Het is te vergelijken met een grote blaar onder je vingernagel.

Oorzaken

Het ene paard is gevoeliger voor het ontstaan van hoefbevangenheid dan het andere paard. Pony's en de wat koudbloederige rassen (Friezen, Haflingers, Fjorden en Shetlanders) zijn sneller hoefbevangen dan KWPN-ers. Er zijn meerdere oorzaken voor het ontstaan van hoefbevangenheid.

  • Hoefbevangenheid kan ontstaan na het eten van verse granen, te veel krachtvoer en te rijk gras, met name bij pony's. Het kan ook worden veroorzaakt door een overmaat aan voer. Dit kan een overmaat aan eiwit zijn, maar nog veel vaker is een overmaat aan koolhydraten (suikers, zetmeel) de boosdoener. In vers voorjaarsgras zitten zowel veel eiwitten als suikers.
  • Ook een plotselinge voerovergang kan leiden tot hoefbevangenheid. Bovendien kunnen hiervan ook acute maagdarmproblemen door ontstaan.
  • Ontstekingen in het lichaam kunnen leiden tot hoefbevangenheid. Denkt u bijvoorbeeld aan een merrie die aan de nageboorte blijft staan. Daardoor kunnen endotoxinen uit de baarmoeder in het bloed komen. Endotoxines zijn als het ware "interne gifstoffen". Maar ook ernstige operaties (o.a. koliek-operaties) kunnen aanleiding geven tot hoefbevangenheid.
  • (Relatieve) overbelasting. Dit kan zijn door echte overbelasting door bijvoorbeeld langdurig draven of galopperen op harde ondergrond. Het kan ook een relatieve overbelasting van één been zijn, bijvoorbeeld als het andere been geblesseerd is en dus ontlast wordt.
  • Bepaalde medicijnen kunnen hoefbevangenheid veroorzaken. Dit zijn onder andere corticosteroïden.
  • Drinken van veel koud water na het leveren van een grote inspanning. Dit beïnvloedt de samenstelling van de bacteriën in de darmen, zodat bacteriën die gifstoffen produceren de overhand kunnen krijgen. Deze endotoxines kunnen vervolgens in de bloedbaan terechtkomen.
  • Overgewicht
  • Bepaalde lichamelijke aandoeningen zoals de ziekte van Cushing. hoefbevangenheid

Verschijnselen

  • Moeilijk of helemaal niet (willen) bewegen. Het dier lijkt 'op eieren' te lopen. pantoffelvoeten paard
  • Om de voorbenen te ontlasten schuift het paard zijn achterbenen vaak meer onder zijn lichaam en steekt hij zijn voorbenen meer naar voren. Hebben ze het aan alle vier voeten, dan staan ze vaak met alle vier benen zover mogelijk onder hun lichaam.
  • Soms staat het paard te wiebelen en verschuift hij zijn gewicht telkens van het ene naar het andere voorbeen.
  • Aan de binnenzijde van de kogel en in de kootholte voel je heel duidelijk bloedvat kloppen. Dit noemt men een digitale pols. Onder normale omstandigheden voel je dat nauwelijks.
  • De hoeven zijn warm: er is immers sprake van een ontsteking.
  • Het bekloppen met een hamertje of het visiteren van de hoeven is erg pijnlijk.
  • Bij chronische gevallen zal de vorm van de hoef zal na verloop van tijd veranderen: de hoef loopt langer naar voren door, er komen dikke randen in de hoef en vaak groeit de hoef ook sneller. Dit noemt men "pantoffelvoeten".

Behandeling

Hoe eerder een paard met hoefbevangheid op de juiste manier behandeld wordt hoe minder de kans op ernstige complicaties. De behandeling bestaat uit meerdere factoren:

  • Koelen! Het liefst in nat zand of nat zaagsel. Anders 2-3 x daags koelen met water gedurende 10-15 minuten. Eventueel kunnen de hoeven ook in nat verband gezet worden om te koelen en om tegendruk te geven.
  • NIET afstappen! Het paard moet onmiddellijk stil gezet worden. Het liefst op een zachte ondergrond zodat het paard kan gaan liggen om zijn voeten te ontlasten.
  • Minimaliseren voer. Het paard mag geen krachtvoer of vers gras, maar alleen hooi.
  • Als het paard op hoefijzers staat doen moeten deze eraf.
  • Pijnstillers/ ontstekingsremmers zullen toegediend worden door de dierenarts. De eerste toediening vindt meestal plaats door een injectie, zodat het snel werkt. Daarna wordt het via de mond gegeven in een vloeistof of een poeder.
  • Medicatie om de bloedsomloop in de ondervoeten te bevorderen (anti-stollingsmiddelen), dit wordt meestal in poedervorm gegeven.
  • Aangepast beslag: als de ziekte gestabiliseerd is kan er in sommige gevallen gekozen worden voor een speciaal hoefbeslag. Dit beslag zorgt dat de straal extra wordt ondersteund. Dit kan bijvoorbeeld met een hoefbeslag met siliconen en een leren zool of een omgekeerd hoefijzer.
  • Gipsverband: bij sommige paarden wordt een gipsverband aangelegd voor extra ondersteuning. Dit dient dan gemiddeld 2 weken te blijven zitten.
  • Bij chronische vormen van hoefbevangenheid is het verstandig om de kwaliteit van de hoeven te verbeteren. Op onze kliniek zijn hiervoor verschillende supplementen verkrijgbaar.

Complicaties gekanteld hoefbeen

  • In ernstige gevallen kan het hoefbeen gaan kantelen en/ of gaan zakken. Dit komt omdat de mate van verbinding tussen het hoefbeen en de hoornwand verminderd is. Doordat de pezen van de ondervoet aan het hoefbeen trekken, kan het hoefbeen nu gaan verplaatsen. Bij een verdenking op deze complicatie is het verstandig om röntgenfoto's van de ondervoet van uw paard te laten maken. Zo kunnen we beoordelen of het hoefbeen gekanteld en/of gezakt is en zo ja, hoe ernstig het is.
  • Zoolbreuk. Bij een ernstige kanteling van het hoefbeen en bij een dunne zool kan het hoefbeen als het ware door de zool heen prikken. Deze zeer ernstige complicatie leidt eigenlijk altijd tot het laten inslapen van het paard
  • Er kunnen sneller hoefzweren ontstaan.
  • Ontschoening. Als de verbinding tussen de hoefschoen en het hoefbeen erg los is geworden, dan kan het gebeuren dat het paard zijn hele hoef kwijtraakt. Ook dit is een zeer ernstige complicatie die leidt tot het laten inslapen van het paard
  • Peesblessures.  De veranderde stand van de voet en het veranderde bewegingspatroon zorgen voor extra belasting van banden en pezen.

De vooruitzichten zijn vaak pas na enkele dagen tot weken in te schatten, omdat hierbij vele factoren een rol spelen.

Voorkomen/ management

Hoefbevangenheid is een ernstige aandoening, daarom is het belangrijk om deze ziekte zoveel mogelijk te voorkomen. Hieronder volgen enkele tips.

  • Voer voerovergangen altijd voorzichtig in
  • Voer paarden en pony’s niet te rijk (met bijvoorbeeld vol voorjaarsgras of krachtvoer), maar kijk goed naar de conditie en de behoefte van het paard
  • Geef regelmatig en voldoende beweging, voorkom overbelasting
  • Zorg voor een goede hoefverzorging en laat regelmatig een smid komen. Paarden met chronische hoefbevangenheid hebben vaak een afwijkende hoefvorm, waarbij de punt van de hoef opwipt (pantoffelvoeten), er sterke groeiringen zichtbaar zijn, de witte lijn verbreed is en/of er een losse wand aanwezig is.
  • Zorg voor een steunverband aan het gezonde been bij ernstige of langdurige kreupelheid.

Bel op tijd een dierenarts bij verschijnselen van hoefbevangenheid, het is een semi-spoedgeval. Hoe eerder er behandeld wordt, hoe beter.

Koliek

Koliek is een van de meest voorkomende ziekten bij het paard. Koliek betekent buikpijn. Het is een verzamelnaam voor een groot aantal problemen die in (en soms ook buiten) het maagdarmkanaal van het paard kunnen optreden. De ernst van deze aandoeningen varieert van relatief onschuldig tot acuut levensbedreigend. De heftigheid van de koliek komt niet altijd overeen met de ernst van de afwijking. Dingen zoals ras en leeftijd hebben invloed op de uiterlijke verschijnselen. Een Arabisch volbloedveulen kan enorm heftige verschijnselen laten zien, terwijl de ernst wel meevalt. Aan de andere kant zijn er koude kikkers als een trekpaard of een Fries waarbij een beetje krabben al kan duiden op heftige koliek. Neem dus bij koliek verschijnselen altijd contact op met onze kliniek.

Oorzaken

Er zijn vele verschillende oorzaken van koliek. Enkele hiervan zijn:

  • Krampkoliek. Dit kan veroorzaakt worden door vele dingen, bijvoorbeeld het eten van beschimmeld voer, drinken van grote hoeveelheden koud water, arbeid net na het eten, worminfecties etc.
  • Zandkoliek. Het eten van kleine of grote hoeveelheden zand kan ook koliek geven. Het zand schuurt de darmwand en geeft hierdoor irritatie. Bij grote hoeveelheden zand kan er een verstoppingskoliek optreden.
  • Verstoppingskoliek: zoals de naam al zegt is er hier sprake van een verstopping. Dit kan komen door het eten van stro of zand, maar kan ook voorkomen bij paarden met gebitsproblemen die hun ruwvoer slechter kunnen kauwen.
  • Gaskoliek. Deze vorm van koliek zien we meer in het voorjaar, als de paarden voor het eerst het land weer op gaan. Ze eten dan vaak te veel van het jonge eiwitrijke gras. Dit gras gaat gisten waardoor er veel gas geproduceerd wordt. Dit is erg pijnlijk en de koliek ziet er vaak heftig uit, maar is gelukkig meestal goed te behandelen. Liggingsveranderingen van (een deel van) de darmen. Dit is zeer ernstig. De enige behandeling hiervan is meestal een operatie.
  • Darmontstekingen.
  • "Valse koliek". Van valse koliek is sprake als de oorzaak van de koliek buiten het maagdarmstelsel ligt. Een voorbeeld is bijvoorbeeld koliek door een draaiing van de baarmoeder van een drachtige merrie of koliek door blaas- of nierstenen.  koliek2

Verschijnselenkoliek

Een paard met koliek vertoont meestal één of meer van de volgende verschijnselen:

  • Naar de buik kijken
  • Krabben
  • Liggen en weer opstaan, onrust
  • Rollen
  • Flemen
  • Gestrekt staan met voor- en achterbenen
  • Geen of minder eetlust
  • Zweten
  • Toename buikomvang (bij gaskoliek)
  • Toename of juist afname van productie van gas en mest
  • Opboeren van gas of groenige maaginhoud (vaak zichtbaar in de neus). Paarden kunnen niet braken. Als ze last krijgen van een overvulde maag omdat de maaginhoud niet verder kan door bijvoorbeeld een draaiing in de darm, dan kan er maaginhoud teruglopen de neus in. Dit is een zeer ernstige situatie omdat dit betekent dat de maag overvol zit en zelfs kan knappen.
  • Apathisch, ook vaak in zeer ernstige gevallen.

Onder veel mensen bestaat het misverstand dat een paard met koliek niet mag rollen. Dit omdat er dan een "slag in darmen" zou kunnen komen. Dit is echter onjuist. Rollen verergert de koliek niet. Het is wel zo dat u moet uitkijken dat het paard zich niet kan verwonden aan dingen als voerbakken, drinkbakken of hekwerk tijdens het rollen. Zet het paard dan bijvoorbeeld in een paddock of een grote box.
Als het lukt om met het paard te stappen is dit wel een goed idee. Stappen leidt namelijk af en bovendien zorgt beweging voor het stimuleren van de darmen.

Onderzoek

Als één van onze dierenartsen bij uw paard komt voor koliek, willen we graag een aantal dingen weten:

  • Hoe lang heeft het paard al koliek?
  • Komt er nog steeds mest of wind af? Hoe ziet de mest eruit? (Droog of juist diarree)
  • Is buikomvang toegenomen?
  • Wanneer is het paard voor het laatst ontwormd, met welk middel en voor hoeveel kilo?
  • Op wat voor strooisel staat het paard? Eet het paard dit strooisel wel eens op?
  • Welk rantsoen krijgt het paard? Zijn er rantsoenwisselingen geweest?slijmvliezen paard
  • Wat voor werk heeft het paard pas gedaan?
  • Betreft het een (drachtige?) merrie, een ruin of een hengst?
  • Heeft het paard vaker koliek gehad en wat was toen de oorzaak?

Hierna zullen er een aantal dingen onderzocht worden.

  • De algemene toestand van het paard. Is het paard attent, onrustig of juist veel te sloom?
  • Polsfrequentie. Normaal gesproken ligt deze tussen de 28-40 slagen/ minuut. Een hoge pols duidt vaak op een meer ernstige oorzaak van koliek. Gaskoliek kan in sommige gevallen ook een hoge pols geven.
  • Slijmvliezen: de kleur van de slijmvliezen zegt iets over de algemene toestand van het paard.
  • Temperatuur
  • Darmgeluiden: er wordt geluisterd naar de hoeveelheid darmgeluiden (te veel, te weinig of een normaal aantal) en naar de aard van de geluiden (normaal, waterig, gassig). Dit geeft een aanwijzing voor de oorzaak van de koliek.

Eventueel wordt dit onderzoek uitgebreid met:

  • Rectaal onderzoek (opvoelen van het paard).
  • Sonderen van het paard. Hierbij wordt er via de neus een slang tot in de maag van het paard gebracht. Er wordt gekeken of er sprake is van een overvulde maag. Eventueel kan er via deze weg ook paraffine en/of vocht worden toegediend (bij een verdenking op een verstopping).
  • Bloedonderzoek
  • Mestonderzoek; bijvoorbeeld op wormeieren of op de aanwezigheid van zand. Om de mest te controleren op de aanwezigheid van zand doet u het volgende: pak een hand vol mestballen en maak deze kapot in een emmer met water. Laat het water tien minuten staan en giet dan de emmer leeg. Het zand zal naar de bodem zijn gezakt en is op de hoeveelheid te beoordelen. Als vuistregel houden we aan dat van een hand mestballen niet meer dan een theelepel zand mag overblijven. Herhaal dit proces enkele malen en u krijgt een betrouwbaar beeld van de ‘zandstatus’ van uw paard.infuus

Behandeling

De behandeling die ingesteld wordt, is natuurlijk afhankelijk van de oorzaak van de koliek. Mogelijke behandelingen zijn:

  • Toedienen pijnstillers door de dierenarts
  • Toedienen darmontspanners door de dierenarts
  • Meestal laten we het paard één of meerdere dagen vasten
  • Toedienen paraffine in het geval van een verstoppingskoliek om het paard te laxeren.
  • Toedienen vocht via infuus: als het paard veel vocht verloren heeft door bijvoorbeeld zweten of diarree of bij een verstoppingskoliek.
  • Bij zandkoliek krijgt u supplementen om het zand uit de darmen van het paard te krijgen.

Verder is het belangrijk dat u het paard af en toe blijft afstappen (geen uren!) om de darmen te blijven stimuleren. Let erop of het paard gaat / blijft mesten en hoe de mest eruit ziet.

We hebben graag dat u ons bij elke vorm van twijfel over de toestand van uw paard even belt. Koliek kan ernstig zijn. Beter "te vaak"gebeld dan niet vaak genoeg. U dient zeker te bellen als uw paard koliekerig blijft of koliekoperatieweer koliekerig wordt ondanks de toegediende injecties. Of als uw paard ineens heel suf of sloom wordt.

Als (bijna) niets meer helpt...

Bij ernstige koliek (darmdraaiingen, etc.) en in gevallen waarbij pijnstilling, darmontspanning en laxeren niet of onvoldoende helpt, wordt het paard doorverwezen naar een specialistische paardenkliniek in onze regio. Overleg hier al over met uw dierenarts wanneer hij/zij voor de eerste keer uw paard heeft behandeld tegen koliek, zodat u geen overhaaste beslissing hoeft te nemen als de koliek enkele uren later onverhoopt toch weer terugkomt. In een aantal gevallen zal het dier moeten worden geopereerd en die kosten zijn niet gering!

Voorkomen

Koliek is niet altijd te voorkomen. Er zijn wel een aantal maatregelen die u kunt nemen om de kans op koliek zo klein mogelijk te maken.

  • Zorg voor een goed ontwormingsbeleid. Dierenkliniek Rijnoever biedt ontwormingspakketten op maat aan. Dit houdt in dat er gekeken wordt naar de omstandigheden van uw paard (huisvesting, weidegang, ontwormingsverleden etc) door middel van een door u in te vullen vragenlijst. Op basis hiervan kunt u een ontwormingspakket voor 1 jaar verkrijgen. Hierbij zit ook een gratis mestonderzoek, onmisbaar voor een passend ontwormingsadvies!
  • Zorg voor regelmatige beweging. Het paard is van nature een buitendier en heeft dus ook behoefte aan beweging. Beweging stimuleert de darmmotoriek, zo zien we nogal eens verstoppingen bij paarden die (al dan niet verplicht) op rust staan. Ideaal is dus dat het paard dagelijks buiten komt en dagelijks beweging krijgt.
  • Laat uw paard niet op te schrale weiden lopen, hierdoor ontstaat een risico op zand eten. Als u hooi bijvoert in de wei, doe dit dan ook niet op het zand of korte gras, maar op een betegeld stuk. Paarden met zandkoliek hebben veelal al wat langer een wisselende consistentie van de mest; dan weer is de mest netjes gebald, dan weer zijn het koeienvlaaien.
  • Probeer grote veranderingen in het aanbod van het voeraanbod te voorkomen: niet van een schrale in een keer naar een erg vette wei. Hierdoor wordt de kans op gaskoliek verkleind. Niet alleen in het voorjaar maar vaak ook in het najaar kan het gras erg hard groeien. Hou zoveel mogelijk vaste tijden en hoeveelheden aan bij het voeren van uw paard.
  • Als uw paard veel stro eet op stal is het raadzaam het paard eventueel op krullen te stallen. Ook het eten van veel stro kan namelijk tot verstoppingen leiden.
  • Om de darmmotoriek te stimuleren en de passage te vergemakkelijken kunnen paarden die gevoelig zijn voor koliek eventueel bijgevoerd worden met slobber met lijnzaad en zemelen. Er is niets op tegen om in de winterperiode uw paard preventief 1-2 keer in de week slobber te voeren.
  • Het rantsoen van een paard moet voor minstens 60% uit ruwvoer bestaan. Ruwvoer bestaat uit hooi, kuil, gras, stro of luzerne. Geef het voer verdeeld over meerdere keren (minstens vier) per dag, in kleinere porties (maximaal 2kg per keer). Het is het meest ideaal als het paard de hele dag door kan knabbelen aan hooi of stro. Geef het krachtvoer na de ruwvoergift. Mocht u meer willen weten over een goed rantsoen dat past bij uw paard, dan kunt u kiezen voor ons Voedingsadvies op maat. Hierbij kijken of het rantsoen van uw paard voldoet aan alle eisen (voldoende energie, maar niet te veel, voldoende ruwvoer, voldoende vitamines en mineralen).
  • Let goed op dat het voer niet bedorven, bevroren of beschimmeld is. Geef geen hoekige stukjes (gesneden) wortel of appel. Pas ook op met grote hoeveelheden vers, sappig voorjaarsgras, hierin zit relatief veel eiwit en weinig vezels. Hetzelfde geldt voor gras dat bemest is met (kunst)mest. Geef geen voer dat met vocht opzwelt, zoals bietenpulp. Dit soort voer moet altijd eerst geweekt worden. Vermijd plotselinge voerwisselingen.
  • Geef vandaag de hoeveelheid krachtvoer voor de hoeveelheid werk van de dag erna. Als u weet dat uw paard morgen minder hoeft te werken, geef hem dan vandaag al minder krachtvoer. Geef uw paard direct na het rijden geen grote hoeveelheden koud water te drinken.
  • Kijk of het paard geen proppen maakt: Dit kun je zien als een paard tijdens het eten van ruwvoer proppen hooi of kuil uit de mond laat vallen. Voor een goede vertering in de eerste stap goed kauwen. Als de kiezen van een paard  niet goed op elkaar aansluiten lukt dit niet. De kiezen moeten dan gevijld worden. Ook haken op de kiezen kunnen de slijmvliezen in de mond beschadigen. Het doet dan pijn om een krachtige kauwslag te maken, waardoor het eten niet goed gekauwd wordt.  Ook in dit geval moeten de kiezen gevijld worden.

Luchtwegproblemen

hoestend paardBepaalde aandoeningen zien we vaker in bepaalde seizoenen. Wanneer paarden weer langere tijd op stal komen te staan en het buiten kouder wordt, zien we een stijging in het aantal paarden met luchtwegproblemen. In plaats van gras krijgen de paarden nu hooi of kuil te eten. Als het kouder wordt krijgt het paard vaak een dikke laag stro in de box.  Hooi en stro zorgen voor stof in de stallucht. Op stal is er veel minder frisse lucht dan op de weide. Niet elk paard heeft luchtwegen die zich goed aanpassen aan deze veranderingen.  Ieder paard hoest natuurlijk wel eens, maar het is belangrijk dit niet te lang aan te kijken. Een verwaarloosde verkoudheid kan leiden tot ernstige en niet omkeerbare veranderingen in de longen.
De luchtwegen van het paard worden verdeeld in de voorste luchtwegen en de achterste luchtwegen. De voorste luchtwegen bestaan uit de neusgangen en de luchtpijp. De achterste luchtwegen uit de bronchiën en de longblaasjes van de longen. Hoesten wordt veroorzaakt door een irritatie van de luchtwegen.

Verschijnselenwitsnot

Een paard met luchtwegproblemen vertoont één of meerdere van onderstaande klachten.

  • Hoesten
  • Neusuitvloeiing. De kleur hiervan kan variëren van wit, naar geel tot groen. Groene neusuitvoeiing duidt meestal op de aanwezigheid van bacteriën
  • Versnelde ademhaling. Een normale ademhalingsfrequentie is 8-14 keer per minuut
  • Pompende ademhaling. Het paard gaat nu teveel met zijn buik ademen. Als het ernstig is staat het paard ook te neusvleugelen.
  • Verhoogde lichaamstemperatuur. De normale temperatuur van een paard ligt tussen de 37.4 en de 38.0 graden Celcius.
  • Verminderd uithoudingsvermogen. Dit kan zich uiten in een slomer, minder voorwaarts paard of in een paard dat langzamer herstelt dan anders.

Oorzaken

Verkoudheid

Acute luchtwegproblemen zijn vaak een verkoudheid. De meest voorkomende oorzaken van een acute verkoudheid is een virus (onder andere het influenza virus). Verschijnselen zijn koorts, vaak meer dan 39˚C. Hegroene neusuitvloeiing paardt paard wil niet eten. Soms is er ook wat wittige,  doorzichtige neusuitvloeiing bij. Een virus zelf is niet te bestrijden, maar de klachten die het virus veroorzaakt kunnen wel worden bestreden met behulp van bijvoorbeeld een ontstekingsremmer. Verder moet het paard gewoon een paar dagen uitzieken in een goed stalklimaat. Net zoals mensen bij een verkoudheid.

Het paard kan blijven hoesten na een verkoudheid. De neusuitvloeiing verandert van wit doorzichtig naar een groenbruine kleur. De hoge koorts is verdwenen. Een lichte verhoging van de lichaamstemperatuur kan blijven. Het virus heeft het slijmvlies in de luchtwegen kapot gemaakt. Het is heel goed mogelijk dat na een aantal dagen bacteriën zich op dit kapotte slijmvlies zijn gaan nestelen en vermeerderen. De dierenarts moet zeker langskomen om de longen te beluisteren en algemene toestand van het paard goed te beoordelen. Vaak heeft uw paard antibiotica nodig en eventueel wat extra medicatie om het snot in de longen op te kunnen lossen.

Naast virussen en bacteriën spelen ook stof en ammoniak een belangrijke rol als oorzaken van hoestende paarden. Ze zorgen namelijk voor een irritatie en prikkeling van de luchtwegen. Dit kan op zichzelf al hoesten veroorzaken. Ook maken ze het slijmvlies van de luchtwegen vaak wat kapot waardoor virussen en bacteriën meer kans krijgen om het paard ziek te maken.

Chronische bronchitis en astma

Wanneer het hoesten langere tijd aanhoudt zonder echte verdere lichamelijke klachten als koorts en snotters etc dan komt het verhaal van de chronische bronchitis om de hoek kijken. Helaas zien we dit regelmatig. Er zijn verschillende oorzaken van dit ziektebeeld. Vaak begint het probleem met een virale infectie, eventueel verergerd door bacteriën. Er wordt veel slijm gevormd in de luchtwegen. Dit slijm zorgt op zichzelf ook weer voor irritatie van de longen, waardoor het proces zichzelf in stand houdt.
Bij astma is er een ontsteking van de luchtwegen door een overgevoeligheid (allergie) voor bijvoorbeeld stof uit hooi of stro. Hierin zitten vaak schimmels en bacteriën die allergieën kunnen veroorzaken. Ook bij deze luchtwegontsteking wordt veel slijm geproduceerd, met alle gevolgen van dien. Als deze overgevoeligheidsontsteking langdurig blijft bestaan, dan zullen de luchtwegen gaan verkrampen.

Long emfyseem (dampigheid)buikademhaling paard
Een paard met chronische bronchitis/ astma heeft een overmaat aan slijm in zijn longen. Het paard moet hierdoor extra moeite doen om genoeg lucht in zijn longen te krijgen. Het paard gaat zwaarder ademen en slaagt er vaak wel in om voldoende lucht zijn longblaasjes in te zuigen. Bij de uitademing is het paard echter vaak niet in staat om alle lucht de longblaasjes uit te krijgen omdat de uitgang van deze blaasjes geblokkeerd wordt door het opgehoopte slijm. Er wordt dus bij elke ademhaling meer lucht in longblaasjes geperst. Hierdoor raken de longblaasjes overvuld. Uiteindelijk kunnen ze zelfs knappen. Als er maar genoeg longblaasjes stuk zijn, dan wordt de functie van de longen verminderd. Als een longblaasje eenmaal stuk is, dan herstelt hij zich nooit meer. Bij een long waarbij meerdere luchtblaasjes geknapt zijn spreken we van longemfyseem. Een paard met ernstig longemfyseem wordt ook wel 'dampig'genoemd. Een dampig paard heeft een slecht uithoudingsvermogen doordat zijn longen minder goed functioneren. De ademhaling is vaak pompend, er is een duidelijke ademhaling vanuit de buik (dubbelslag) en soms staat het paard zelfs te neusvleugelen. Ook hoest het paard regelmatig door een irritatie van de luchtwegen door het opgehoopte slijm. Soms loopt er wat slijm uit de neus

Behandeling

De behandeling van een paard met een luchtwegaandoening, is sterk afhankelijk van de oorzaak van de aandoening. Als eenmaal de oorzaak voldoende is vastgesteld, zal de dierenarts een therapie voorschrijven met passende medicijnen. Als er een kuur gedurende meerdere dagen of weken wordt voorgeschreven, is het belangrijk dat er geen dag wordt overgeslagen. Dit zou de werking van de medicijnen verminderen of zelfs teniet doen.
Er zijn verschillende medicijnen die gebruikt kunnen worden om uw paard met luchtwegproblemen te behandelen.

  • Luchtweg verwijders, zoals Ventipulmin® of Equipulmin®. Deze middelen zorgen ervoor dat de luchtwegen zich verwijden en het slijm zich verdunt, waardoor het paard beter kan ademen en het hoesten verminderd. Ook werken deze middelen anti-allergisch en ontstekingsremmend.
  • Antibiotica: als er sprake is van een bacteriële infectie. Welk antibioticum wordt voorgeschreven hangt af van de situatie.
  • Slijmoplossende middelen, zoals Sputolysin ® of Equimucin ®. Deze producten verdunnen in het slijm in de luchtwegen waardoor het beter kan worden opgehoest. Ze onderdrukken het hoesten zelf dus niet. Sputolysin ® zorgt er ook voor de de kleinste longblaasjes niet dichtklappen, zodat de elasticiteit van de longen niet achteruit gaat. Equimucin ® lost het taaie slijm op dat vaak aanwezig is bij chronische luchtwegproblemen.
  • Hoestsiroop: dit kan als ondersteunend middel worden ingezet, vooral als er sprake is van een droge, niet productieve hoest. Hoesten is namelijk lang niet altijd slecht. Het zorgt ervoor dat het slijm dat zich heeft opgehoopt verwijderd wordt. Bij een droge hoest is er echter geen sprake van slijm en kan de keel geïrriteerd raken van het vele hoesten. Dit kan op zichzelf ook weer een hoestprikkel opwekken. Zo komt het paard terecht in een vicieuze cirkel. Geef dus niet zomaar hoestsiroop of poeders zonder overleg, omdat je de ene keer juist wel wilt dat een paard hoest en de andere keer niet.
  • Koortsremmers. Als het paard hoge koorts heeft door een virus infectie is het paard vaak sloom en suf. Virussen zelf kunnen niet bestreden worden met medicijnen. Maar een koortsremmer zorgt er wel voor dat het paard zich een stuk beter gaat voelen.
  • Ontstekingsremmers (corticosteroïden). Deze medicijnen verminderen ontstekingsreacties in het algemeen, dus ook die in de longen. Deze middelen worden meestal ingezet als er sprake is van een allergie. Er zitten wel een aantal bijwerkingen aan het gebruik van deze medicatie, dus gereserveerd gebruik is verstandig.
  • Inhalatie-medicatie. Er bestaan voor paaden speciale neusmaskers die een houder bevatten voor verstuivers van luchtwegmedicatie. Deze zijn vergelijkbaar met de puff-apparaten voor humaan gebruik. De meeste paarden moeten hier even aan wennen. Het kan een zeer efficiënte manier zijn om medicatie in de luchtwegen te krijgen. Deze medicijnen worden voornamelijk gebruikt bij chronische problemen.

Indien de klachten blijven aanhouden ondanks behandeling, dan is verder onderzoek nodig. De volgende aanvullende onderzoeken kunnen worden gedaan bij uw paard:

  • Bronchoscopie: met een camera wordt in de luchtwegen gekeken en wordt het slijmvlies en de hoeveelheid slijm beoordeeld.
  • Longspoeling. Dit geeft de mogelijkheid om de oorzaak van de ontsteking in de longen vast te stellen.
  • Longfunctiemeting. Dit is vooral van belang om te voorspellen wat de vooruitzichten voor een paard met chronische luchtwegproblemen zijn.

Voor deze onderzoeken moeten wij u voorlopig nog doorsturen naar een specialistische kliniek. 

Voorkomen

Stalmanagement is minstens zo belangrijk als het geven van medicatie! Een goed stalklimaat maakt het verschil. Stof, schimmels en ammoniak zijn albuitenbox paardgemene oorzaken van luchtwegproblemen. Steek je neus maar eens in een bos stro of hooi. Adem dan diep in als je verkouden bent, je moet vast hoesten!  Er zijn verschillende maatregelen die u kunt treffen om de hoeveelheid stof en ammoniak in de omgeving van uw paard te verminderen: vlas

  • Maak het hooi goed nat (2 uur voor het voeren) of voer kuilgras
  • Voer ruwvoer vanaf de grond en niet uit een ruif of een hooinet. Stof wordt dan minder ingeademd.
  • Opstallen in een buitenbox (bovendeur open) en zoveel mogelijk weidegang met frisse lucht geven.
  • Geen stro gebruiken als bodembedekker, maar overgaan op houtkrullen, vlasvezels of papiersnippers. Dit is minder stoffig en neemt de urine beter op.
  • Geen opslag van hooi of stro in de buurt van de stal (denk hierbij ook aan opslag op zolder etc)
  • Zorgen voor een zeer goede ventilatie in de stal
  • Mest de stal vaak uit om ammoniakdampen te voorkomen. Mest de stal niet uit als het paard in de stal staat.
  • Frisse lucht is dus prima, maar voorkom tocht! Dit geldt nog meer voor natte, bezwete paarden.
  • Vaccineer alle paarden op stal regelmatig (minstens elk jaar, eventueel 2 x per jaar) tegen influenza.

Vooruitzichten

Uit voorgaande blijkt wel dat de behandeling van paarden die hoesten, zeer verschillend kan zijn. De belangrijkste verschillen in de behandeling liggen in de oorzaak en de mate waarin de ziekte chronisch is geworden. Het belangrijkste is dat u niet te lang wacht met het bellen van de dierenarts als uw paard hoest of snottert. Dit om schade aan de luchtwegen en problemen in de toekomst te voorkomen.

Rotstraal

hoefpaardRotstraal is een ontstekingsproces van de straal waarbij verval van het hoorn optreedt. Het is een bacteriële infectie waarbij een stinkend ontstekingsvocht wordt gevormd.

Oorzaak

Oorzaken kunnen zijn het niet bijhouden en schoonmaken van de voeten, vuile stallen, slecht beslag en weinig of geen beweging waardoor de hoeven niet optimaal kunnen werken. Zo zal een nauwe voet ook eerder last van rotstraal hebben dan een brede voet, aangezien het hoefmechanisme minder is en vuil eerder vast zal blijven zitten. Rotstraal komt vaker voor aan de voorvoeten dan aan de achtervoeten.  Meestal wordt het hoorn vanuit de middelste straalgroeve ondermijnd. Zo kunnen ook de rest van de straal en de straallederhuid gemakkelijk worden aangetast.

Behandeling

Meestal is rotstraal vrij gemakkelijk te genezen. In eerste instantie moet de straal netjes door een hoefsmid worden uitgesneden, zo dat er geen enkel ontstoken gedeelte achterblijft. De stal moet schoon worden gehouden zodat het paard niet in zijn mest en urine staat. Pas op met teveel uitkrabben. Door het diep uitkrabben brengen we zelf de bacterie nog dieper in het straalkussen en wordt het probleem nog erger. 

Er zijn verschillende middelen tegen rotstraal, o.a. Egyptische zalf ®, Socatyl zalf®, CTC-spray®, Hoof and Sole Hardener® en/of Betadine®. Waar op gelet moet worden is dat de straal niet wordt afgesloten van zuurstof door te dik smeren en dat middelen niet te lang gebruikt worden waardoor de straal zijn functie verliest. Een straalkussen behoort zacht en veerbaar te zijn.

Straalkanker

Een aandoening die zeer veel op rotstraal kan lijken is straalkanker. Deze hoefkanker is een ontstekingsproces in de straallederhuid die gepaard gaat met veel woekering. Er wordt een abnormaal zacht en kazig hoorn geproduceerd waarin gemakkelijk verval optreedt. De stralen zullen bij het bewerken zeer vlug en overmatig bloeden. Straalkanker is moeilijk te genezen. De behandeling bestaat uit het rigoreus wegnemen van de aangetaste gedeelten waarna een drukverband wordt aangelegd. Er zijn aanwijzingen dat een verminderde weerstand een rol speelt bij het ontstaan.

Slokdarmverstoppingslokdramverstopping

Verschijnselen

U kunt een slokdarmverstopping bij uw paard herkennen aan de volgende verschijnselen:

  • Er komen speeksel, schuim en voedseldeeltjes uit de mond, en soms ook uit de neusgaten
  • Het paard maakt kokhalzende geluiden en bewegingen
  • Het paard maakt een angstige indruk.

Wanneer u vermoedt dat uw paard een slokdarmverstopping heeft, kunt u het beste direct uw dierenarts bellen. De vooruitzichten zijn meestal gunstig maar er zijn enkele complicaties. Als de slokdarmverstopping namelijk te lang bestaat kan het slijmvlies in de slokdarm beschadigd raken. Ook kan het paard zich gaan verslikken. Hierbij is er een kans dat speeksel, voedsel en/of water via de luchtpijp in de longen terecht komen met als gevolg een ernstige longontsteking. Dit heet een "verslikpneumonie". Tot de dierenarts bij u is kunt u proberen door middel van een lichte massage weer doorstroom in de slokdarm te krijgen. Blijf zelf rustig, het paard is vaak al paniekerig genoeg.

Behandeling

De dierenarts zal proberen de voedselprop uit de slokdarm te verwijderen. Dat kan met een neussonde, maar meestal door eerst een slokdarmverslapper in te spuiten. Als je hierna enige tijd wacht gaat door de verwijding van de slokdarm en het weken van de gezwollen brok de verstopping in veel gevallen vanzelf over.

Voorkomen

Een slokdarmverstopping kan zoveel mogelijk voorkomen worden door:

  • Het paard zorgvuldig te voeren en het niet te gulzig te laten eten. U kunt uw paard bijvoorbeeld eerst ruwvoer geven voor het krachtvoer.
  • Geef geen opzwellend voer zoals bietenpulp dat onvoldoende geweekt is, grasbrok en geef uw paard nooit gras uit de grasmaaier. Geef dus geen runderbiks of schapen- en geitenvoer. Hier zit vaak meer dan 4% pulp in. Door speekselbijmenging zwelt dit op en loopt het vast in de slokdarm.
  • Geef geen hoekige stukjes wortel of appel, maar laat uw paard zelf de gehele wortel of appel verkleinen
  • Goede gebitsverzorging. Slecht kauwen door gebitsproblemen kan ook zorgen voor een slokdarmverstopping.

CatFriendly Infomodule

Cat Friendly

Als één van de weinige klinieken in Nederland zijn wij officieel geregistreerd als Cat Friendly Clinic.



Speel-o-theek

De speel-o-theek, de bibliotheek voor speeltjes voor zowel uw hond als kat.

 

Verzekering

Ons advies: Verzeker uw dier

Openingstijden

Maandag 08:00 - 20:00 uur
Dinsdag 08:00 - 20:00 uur
Woensdag 08:00 - 20:00 uur
Donderdag 08:00 - 20:00 uur
Vrijdag

08:00 - 20:00 uur

Buiten openingstijden zijn wij voor spoedgevallen altijd bereikbaar!!

Contactgegevens

Dierenkliniek Rijnoever
Evenaar 178 
2408 JT Alphen a/d Rijn
Tel.: 0172 - 42 66 55

Email: info@dierenkliniekrijnoever.nl

Social Media

Volg ons op Twitter!