Project omschrijving

Het is mogelijk uw paard op locatie door onze ervaren paardenartsen te laten castreren. Dit gebeurt alleen wanneer er op stal voldoende faciliteiten zijn om uw paard veilig onder narcose te brengen en weer op te laten staan.

De castratie vindt bij onze kliniek altijd plaats bij het liggende dier. Zo hebben we meer overzicht, kunnen we vlot doorwerken en kan er schoner gewerkt worden.

Er wordt een snede gemaakt in de huid van de balzak, het onderhuidse bindweefsel en de uitstulping van het buikvlies (tunica). Door de snee wordt de hele testikel naar buiten gehaald. Dan wordt de huid losgemaakt van de tunica vaginalis en naar boven weggeduwd. De zaadstreng met daaromheen de tunica vaginalis wordt met een speciale kneustang gekneusd en er wordt een stevige hechting (ligatuur) om de zaadstreng gelegd. Daarna wordt de testikel verwijderd door de zaadstreng met de tunica vaginalis door te knippen onder de ligatuur. De andere testikel wordt op dezelfde manier verwijderd. De wonden in de balzak worden open gelaten, zodat wondvocht dat na de operatie ontstaat goed af kan vloeien. De wonden groeien in de loop der tijd vanzelf dicht. Deze methode van castreren heet de half-bedekte methode.

Nazorg

Een pas gecastreerde ruin heeft na de castratie wel speciale zorg nodig. Enige uren na de narcose zal het paard nog wat wankel zijn. Een rustige, veilige plek, waar het paard zich niet kan bezeren is gewenst. Verder is het belangrijk de wond gedurende meerdere dagen te controleren. Ondanks dat het zelden voorkomt, kunnen er soms complicaties optreden. De dierenarts komt 1 dag na de castratie langs om de wond te controleren. Het is belangrijk om de eetlust en de temperatuur van het paard in de gaten te houden. Bel bij een verhoogde temperatuut (>38 graden) de dierenarts.

Mogelijke complicaties

  • Zwelling. Dit is de meest voorkomende en ook minst ernstige complicatie. Er treedt na bijna elke castratie enige dagen wat zwelling op van het wondgebied. Een manier om wondzwelling te voorkomen, is het dier de mogelijkheid te bieden om licht in beweging te blijven, bijvoorbeeld in de weide. Als er heel veel zwelling optreedt, is het verstandig om contact op te nemen met de kliniek. Soms gaat de wond te vroeg dicht, waardoor het wondvocht niet naar buiten kan. Door het opnieuw openen van de wond trekt de zwelling vaak vanzelf weg.
  • Ontsteking van de balzak of de zaadstrengstomp. Er kan soms een besmetting optreden met bacteriën. Bij een balzak ontsteking blijft de balzak te dik en er komt pus uit één of beide wonden. Een ontsteking van de zaadstrengstomp is een lastige complicatie. Ook nu blijft er pus uit één of beide wonden komen. Behandeling met antibiotica heeft in een aantal gevallen succes, maar soms ook niet. In dat geval is een tweede operatie nodig, waarbij de zaadstrengstomp met al het ontstekingsweefsel verwijderd wordt.
  • Nabloeding. Soms druppelt er nog een tijdje bloed uit de wond. Het kan ook zijn dat er af en toe een bloedpropje uit de wond komt. Deze bloedingen stoppen vanzelf. Als het bloed in een straaltje uit de wond loopt, is er sprake van een ernstige bloeding. Er moet direct contact worden opgenomen met de dierenarts.
  • Uitreden van de darmen via de wond. Dit is de meest gevreesde complicatie. Gelukkig komt deze complicatie bij de half-bedekte castratie methode waarbij de tunica en de zaadstreng zijn afgebonden praktisch nooit voor. Mocht het in een uitzonderlijk geval toch optreden, waarschuw dan onmiddellijk de dierenarts.

Normalerwijze zullen zich geen complicaties voordoen en zal uw dier snel herstellen van de operatie. Na enkele dagen kan het dier weer lichte arbeid verrichten.