Koliek2019-03-03T12:40:35+00:00

Project Description

Koliek

Koliek is een belangrijk ziekteverschijnsel bij het paard. Koliek wil eigenlijk zeggen dat het paard ‘buikpijn’ heeft. Dit kan verschillende oorzaken hebben;

  • Gaskoliek: Ontstaat door gasophoping in de darmen. In de eerste plaats kan dit door productie van een te grote hoeveelheid gassen in de dikke darm, doordat suikers in de dunne darm bijvoorbeeld niet volledig verteren en vervolgens doorstromen naar de dikke darm. Gras bevat in het voorjaar en najaar veel suikers die op die manier in de dikke darm terecht komen. De suikers worden in de dikke darm door bacteriën afgebroken, hierbij vindt gasvorming plaats. Daarnaast is het ook mogelijk dat de darm gedeeltelijk of geheel wordt geblokkeerd, door bijvoorbeeld een verstopping of een draaiing (liggingsverandering) van de darm.
  • Krampkoliek: Deze vorm van koliek treedt op als gevolg van verkramping van de darmen of een gedeelte daarvan. Veranderingen in het management, zoals bijvoorbeeld veranderingen in voer, stalling, training spelen vaak een rol. Ook (chronische) stress kan tot krampkoliek leiden. In sommige gevallen kunnen ook worminfecties voor krampkoliek zorgen.
  • Verstopping: De (meestal dikke) darm van een paard kan verstopt raken door stro, voedsel
  • Zandkoliek: Vooral bij paarden die veel in de paddock/bak staan, of op een weiland met kort gras, zien we weleens dat paarden teveel zand binnen krijgen. Dit kan voor koliek zorgen, omdat het zand op de bodem van de dikke darm blijft liggen. Het voorkomen van het opnemen van zand is natuurlijk belangrijk. Als het paard eenmaal zandkoliek heeft kan dit verholpen worden door het gebruik van psyllium (Sand Oil).
  • Draaiing dikke darm
  • Entrapment (milt-nierband): Is eigenlijk één vorm van een draaiing van de dikke darm. Hierbij komt de dikke darm omhoog en komt vast te zitten tussen de milt en de nier.
  • Valse koliek: dit houdt in dat het paard koliekverschijnselen laat zien, maar deze niet afkomstig zijn van het maagdarmkanaal. Zo kunnen problemen in het voortplantingsapparaat (bijv. een baarmoederdraaiing bij drachtige merrie) of een nierprobleem ook voor koliekverschijnselen zorgen.